Cognitieve Gedragstherapie (CGT)
Cognitieve
gedragstherapie: algemene informatie
U heeft zich vanwege uw
klachten aangemeld bij, of bent verwezen naar, een cognitieve therapeut, of u
bent aan het nadenken of cognitieve gedragstherapie iets voor u is. Misschien
heeft u al het nodige gehoord over wat cognitieve
gedragstherapie is en hoe het werkt. Deze informatie is bedoeld om alles nog
eens op een rij te zetten, zodat u het na kunt lezen. Het is erg belangrijk
dat u begrijpt hoe en waarom deze therapievorm u kan
helpen van uw klachten af te komen en dat u op grond daarvan ermee instemt uw
problemen op deze manier aan te pakken. Wat is cognitieve gedragstherapie?
Cognitieve
gedragstherapie is een therapie gebaseerd op het cognitieve model. Volgens dit model handelen mensen vanuit de
wijze waarop zij betekenis geven aan o.a
gebeurtenissen om hen heen. Klachten
ontstaan wanneer mensen zich laten sturen door ‘foutieve’
betekenissen (ook wel disfunctionele opvattingen genoemd). Iemand
is angstig (in situaties waarin de meeste mensen niet angstig zijn) wanneer
hij situaties of gebeurtenissen met angstige opvattingen tegemoet treedt
(b.v. ‘als ik voor mijzelf opkom dan zullen anderen mij afwijzen’).
Mensen worden somber wanneer zij foutieve, negatieve opvattingen hebben,
bijvoorbeeld over hun eigen kunnen (‘als ik mijn werk doe, zal ik
alleen maar fouten maken’). Kortom disfunctionele opvattingen
gaan samen met emotionele klachten. Cognitieve
gedragstherapie (CGT) is een therapievorm die zich richt op het onderzoeken
en waar nodig wijzigen van deze opvattingen. Diverse aanpakken horen daarbij.
De therapeut vult samen met de cliënt een schema in (gedachterapport) om de
gedachten te onderzoeken. Dit wordt de ‘cognitieve aanpak’ genoemd. Andere therapeutische
manieren zijn het onderzoeken van de opvattingen door het doen van
gedragsexperimenten. De opvatting wordt in ‘het echte leven’
getoetst. Vaak zijn opvattingen tot stand gekomen door negatieve
leerervaringen. Soms kan het zinvol zijn om die ervaringen aan te pakken.
EMDR (Eye movement Desensitization & Reprocessing)
kan een methode zijn om dat te doen. Straks meer hierover. Helpt
cognitieve gedragstherapie echt?
Wetenschappelijk onderzoek
heeft in de afgelopen jaren aangetoond dat cognitieve gedragstherapie bij
veel psychische klachten effectief is. Dit geldt onder meer voor: ·
Paniekstoornis
met en zonder agorafobie ·
Posttraumatische stressstoornis ·
Sociale fobie ·
Depressieve
stoornis ·
Obsessieve
compulsieve stoornis ·
Gegeneraliseerde
angststoornis ·
Boulimia nervosa ·
Chronische
pijnstoornissen ·
Hypochondrie ·
Orgasme- en
erectiestoornissen ·
Spanningshoofdpijn
en -spierpijn ·
Enuresis ·
Schizofrenie
(in combinatie met medicatie) Uiteraard is het niet zo dat
iedereen evenveel baat heeft bij cognitieve gedragstherapie. Maar bij de
meeste cliënten heeft het behoorlijk tot veel effect. Waardoor het niet bij
iedereen werkt, is niet duidelijk. Als cognitieve gedragstherapie na 8 tot 10
sessies niet of nauwelijks helpt, dan moeten andere therapievormen worden
overwogen. Een voorbeeld hiervan is behandeling met medicijnen. Het overwegen
van andere opties gebeurt uiteraard in overleg met u. Het is natuurlijk niet zo dat
alleen cognitieve gedragstherapie goed werkt bij de genoemde psychische
klachten. Van verschillende medicijnen is een vergelijkbaar effect aangetoond
bij onder meer angststoornissen en depressies. Het voordeel van cognitieve
gedragstherapie is, dat de kans op
terugval ongeveer twee keer zo klein is in vergelijking met
medicamenteuze behandeling. Waarschijnlijk komt dit doordat u in cognitieve
gedragstherapie technieken leert om beter met uw klachten om te gaan. Deze
technieken kunt u in de toekomst ook toepassen, waarmee een terugval kan worden
voorkomen. Bij medicatie is dit uiteraard anders: de klachten gaan vaak over
of worden minder, maar u leert niet anders met uw klachten om te gaan of
situaties anders (minder problematisch) te interpreteren. Een ander nadeel is
dat er bij het gebruik van medicatie soms sprake kan zijn van nare
bijwerkingen. De effecten van andere therapievormen zijn onvoldoende
wetenschappelijk onderzocht of minder effectief gebleken dan cognitieve
gedragstherapie. Wat is nu precies de rol van mijn opvattingen? Net als iedereen heeft u in
allerlei situaties gedachten die uw gevoel en gedrag beïnvloeden, zowel in
positieve als in negatieve zin. Van de meeste gedachten bent u zich helemaal
niet meer bewust; u hebt ze in bepaalde situaties zo vaak gedacht dat het nu automatisch gaat. Wanneer u
bijvoorbeeld een fobie voor honden heeft dan zult u waneer u een hond
tegenkomt misschien niet eens meer bewust denken: ‘die gaat me bijten’, hoewel
deze gedachte waarschijnlijk wel heeft geleid tot uw angst voor honden. Na vele
ontmoetingen met een hond is deze gedachte niet meer bewust. Er wordt alleen
nog maar een gevoel van angst ervaren. Het gedrag is als het ware automatisch
(een straatje omlopen of de hond nauwlettend in de gaten houden). Omdat we
ons niet meer zo bewust zijn van onze gedachten is het vaak lastig om de
automatische negatieve gedachten op te sporen. Soms gaat het niet eens zo
zeer om gedachten maar is er meer sprake van beelden (wanneer u een hond
ziet, wordt u geplaagd door een (fantasie)beeld
waarin u door die hond gebeten wordt). Wanneer er sprake is van beelden
kunnen deze eveneens geformuleerd worden als gedachten. Misschien vraagt u zich af
waarom de ene persoon een angst ontwikkelt en de andere persoon niet. Dit
heeft ondermeer te maken met de kennis over honden die beiden hebben.
Deze kennis wordt verkregen
door leerervaringen in de loop van het leven. Hierbij spelen onder meer
opvoeding, belangrijke en indrukwekkende gebeurtenissen en belangrijke anderen
een rol. Heeft iemand van jongs af aan positieve ervaringen met honden, dan
zal hij/zij positieve opvattingen over honden ontwikkelen, zoals: honden zijn
lief en honden zijn leuk en mooi. Heeft iemand daarentegen
negatieve ervaringen met honden dan zal hij/zij waarschijnlijk negatieve
opvattingen over honden ontwikkelen, zoals: honden bijten of voor honden moet
je altijd uitkijken, want ze zijn onbetrouwbaar. Vaak zijn één of enkele
negatieve ervaringen al genoeg om tot negatieve opvattingen te leiden.
Negatieve opvattingen kunnen ook worden gevormd zonder zelf een negatieve
ervaring te hebben gehad. Zo kan het getuige zijn van bijtende honden, nieuws
in kranten of op tv over bijtende honden of het hebben van een ouder die bang
is voor honden, leiden tot de vorming van negatieve, verkeerde
(disfunctionele) opvattingen over honden. Het gevoel en gedrag, dat iemand
vertoont in een situatie, hangen samen met de opvattingen die hij/zij heeft
over die situatie. Angstige opvattingen over honden leiden zoals beschreven
tot ander gedrag en andere gevoelens dan positieve of neutrale opvattingen. Het hebben van disfunctionele
opvattingen geeft ook nog een ander probleem. U gaat zo sterk in die
opvattingen geloven dat u ze alleen maar bevestigd ziet. Wanneer u een
verhaal hoort over iemand die gebeten is door een hond dan denkt u ‘zie
je wel!’, maar wanneer u verhalen hoort over
positieve ervaringen met honden denkt u ‘dat is dan maar net goed
gegaan’. Dat wil zeggen dat ze steeds
tot onjuiste of niet helemaal juiste interpretaties van situaties en/of tot
nare gevoelens of problematisch gedrag leiden. In de cognitieve
gedragstherapie noemen we dit systematische
vertekeningen of fouten in het denken van mensen. Deze vertekeningen
zorgen ervoor dat de opvattingen zich niet of nauwelijks laten wijzigen en
dus steeds vaster in uw hoofd gaan zitten. Wat is het doel van cognitieve gedragstherapie? Het doel van cognitieve
gedragstherapie is situaties weer reëler,
functioneler of evenwichtiger te leren beoordelen. Hierdoor veranderen uw
gevoelens en gedrag ook in een positieve of minder lastige richting. Cognitieve gedragstherapie is,
zoals uit het bovenstaande blijkt, er niet op gericht u alleen nog maar
positief te leren denken en alleen nog maar positieve gevoelens te laten
ervaren; dat is ten eerste onmogelijk maar ten tweede ook onwenselijk. Normale negatieve emoties horen bij
het leven en zijn ook nuttig; zoals gesteld is enige alertheid bij honden
nuttig, en is verdriet na een nare gebeurtenis (zoals ontslag of het
overlijden van een belangrijke ander) van belang om de ervaring te verwerken.
Hoe werkt cognitieve gedragstherapie? De
eerste sessies: De eerste sessies hebben als
doel uw problematiek in kaart te brengen. Eerst ga ik samen met u kijken wat
uw klachten zijn (depressieve klachten, angstklachten, impulsiviteit e.d.)
Ook wordt de methode van cognitieve gedragstherapie uitgelegd. Deze
informatie is daar onderdeel van. Mogelijk zal ik u vragen het een en ander
te lezen en/of u een titel van een boek meegeven zodat u zelf daarmee aan de
slag kan. Ik zal met u dan ook afspraken maken over wat we de komende tijd
gaan doen. Ik zal eveneens aan u vragen om steeds een samenvatting te maken
van de zittingen, zodat u de belangrijke zaken die we bespreken niet kunt
vergeten. De samenvattingen kunt u mij voor iedere zitting mailen en u dient
ook twee exemplaren van de samenvatting bij iedere zitting mee te nemen.
Iedere zitting zal afgesloten worden met huiswerk, uiteraard altijd in
overleg met u. Vervolgsessies: Opsporen van opvattingen: Het volgende onderdeel is het opsporen van de disfunctionele
opvattingen. Aan de hand van concrete probleemsituaties wordt bekeken welke
opvattingen samengaan met uw klachten. Tussen de sessies door registreert u deze probleemsituaties,
het gevoel dat u in die situaties had en de gedachten die vooraf gingen aan
dat gevoel. We gebruiken daarvoor mogelijk het gedachteschema. Ik zal dit formulier samen met u doorlopen en
uitleggen wat u waar moet invullen. Onderzoeken
van opvattingen: Na het opsporen van de
disfunctionele opvattingen gaat de behandeling verder met het leren onderzoeken van uw gedachten. Met
onderzoeken wordt bedoeld dat met behulp van informatieverzameling kritisch
wordt bekeken of uw gedachte(n) klopte(n) in de toenmalige situatie. U kunt
dit vergelijken met een wetenschappelijk onderzoek; uw gedachte wordt opgevat
als een veronderstelling, die waar of onwaar (of eventueel een beetje waar)
kan zijn. Door bewijzen voor en tegen deze veronderstelling te verzamelen
kunt u zelf beoordelen of de gedachte helemaal klopt, gedeeltelijk klopt of
niet klopt. Er zijn verschillende soorten
disfunctionele opvattingen: automatische
gedachten (dit zijn opvattingen specifiek gekoppeld aan situaties b.v.
‘de hond van de buurman zal mij bijten’ ), tussenliggende opvattingen (‘als ..dan’
opvattingen en leefregels). Een als…dan opvatting (ADU) is een meer
algemene uitspraak waarin een bepaalde koppeling is
gelegd tussen gedrag en een verwachte uitkomst of betekenis b.v. ‘als
ik voor mij zelf opkom, dan zal ik afgewezen worden’ of ‘als ik
voor mijzelf opkom dan ben ik een slecht mens’ . Een leefregel komt
voort uit een algemene opvatting b.v. uit de genoemde ‘als..dan’ opvatting komt de leefregel voort ‘ ik
moet niet voor mijzelf opkomen’ . Leefregels geven sturing aan gedrag.
Dan zijn er ook nog kernopvattingen.
Dat zijn algemene, absolute, altijd geldende uitspraken over uzelf, anderen
en de wereld (‘ik ben waardeloos’, ‘anderen
zijn kritisch’, de wereld is een gevaarlijke plaats’). Ik ga
samen met u uitzoeken om welke soort opvattingen het gaat. Wanneer we samen
gevonden hebben om welke opvattingen het gaat, gaan we ook de nieuwe meer
functionele opvatting formuleren. Deze zullen voor u nog niet geloofwaardig zijn
maar de therapie is geslaagd wanneer u deze nieuwe opvattingen geheel kunt
geloven en er naar kunt handelen! Toetsen
van opvattingen U kunt anders leren denken maar
dat zorgt er vaak niet voor dat de opvattingen (direct) minder waar gaan
aanvoelen. Daarvoor is toetsing noodzakelijk. U kunt wel gaan leren denken
dat ‘honden niet bijten’ maar het aan den lijve ondervinden dat
honden niet bijten gaat er ook voor zorgen dat u deze opvatting ook echt
(gevoelsmatig) gaat geloven. Alleen op die manier kunt u
definitief uw probleem overwinnen. In de cognitieve gedragstherapie noemen we
dit gedragsexperimenten, waarin u
uw gedachten in de praktijk onderzoekt. Ik ga samen met u die
experimenten/oefeningen bedenken, u gaat ze zelf uitvoeren tussen de
zittingen. Belangrijk is om te weten dat deze opdrachten moeilijk en zwaar
zijn maar wel heel veel zullen opleveren. Mogelijk zult u erg angstig zijn om
die experimenten uit te voeren, ik zal u motiveren
om het toch te gaan doen. Een duidelijke regel geldt in de cognitieve
gedragstherapie: een therapie is pas geslaagd wanneer iemand tot ander gedrag
is gekomen. Inzicht alleen is zelden (eigenlijk) nooit genoeg. Oorsprong
van opvattingen Disfunctionele opvattingen
komen niet zomaar uit de lucht vallen, zoals eerder beschreven. Als je bang
voor honden bent, heb je vaak ook een nare ervaring met een hond meegemaakt
(gebeten zijn door een hond, een ander gebeten zien worden of nare verhalen
gehoord/films gezien over bijtende honden). Wanneer bovenstaande stappen niet
helpen kan het zijn dat deze nare ervaringen nog steeds een grote rol spelen
in het blijven geloven in de opvatting. Dit kan betekenen dat deze ervaringen
eerst aangepakt moeten worden alvorens de andere stappen te kunnen zetten. Wanneer dat het geval is zal ik u voorstellen om deze ervaringen
eerst te behandelen met EMDR. EMDR is
eigenlijk een behandelmethode voor mensen met een posttraumatische
stressstoornis. Deze methode kan ook ingezet worden om deze beschadigende
leerervaringen ‘op te ruimen’. Mocht dit een optie zijn, dan zal
ik dat met u bespreken. Afsluiting van de therapie: Wanneer de voorgaande stappen
met goed gevolg zijn afgelegd, kan de therapie afgesloten worden. Dit
betekent niet altijd dat u volledig van uw klachten af bent. Er zal wel het
vooruitzicht zijn dat de klachten verder verminderen. U krijgt van mij bij
afsluiting van de behandeling oefeningen mee die kunnen helpen om nog verder
te verbeteren. In de laatste zitting zullen we stilstaan bij de gehele
behandeling. Voor de laatste zitting zal ik u vragen om een terugval-preventie plan te maken. Hiermee wordt bedoeld
dat u een plan maakt waarin u beschrijft wat u in de therapie heeft geleerd
en wat u kunt toepassen wanneer de klachten (dreigen) terug te komen. In
feite is dat een soort samenvatting van de behandeling met de meest
belangrijke geleerde technieken en vaardigheden. In de laatste zitting zullen
we dit samen doornemen. Daarna wordt de therapie afgesloten of zal er na een
aantal weken een follow up
zitting zijn om na te gaan of het goed genoeg gaat om de therapie af te
ronden Wanneer de therapie is
afgesloten is, maar om een of andere reden komen de klachten terug, kunt u
altijd weer een beroep op mij doen. Voorbereiding op de eerste
zitting: U kunt zich voorbereiden op het
eerste therapiegesprek door eens nauwkeurig op te schrijven wat uw klachten
precies zijn. De klachten kunnen uiteenvallen in ongewenste/buitensporige emoties (verdriet, angst, woede,
somberheid). U beoordeelt dat uw emoties niet in verhouding zijn met de
situaties die de emoties te weeg brengen (b.v. dagenlang somber zijn na een
kritische opmerking van uw collega, vreselijk angstig raken wanneer u over
een brug rijdtt, of overspoeld raken door woede
wanneer u tegengesproken wordt). Het kan ook zijn dat u vooral last heeft van
uw buitensporige gedragingen. U
beoordeelt dat uw gedrag niet in verhouding met de situatie is die tot het
gedrag leidt (b.v. u reageert woedend als u tegengesproken wordt, u durft
geen winkels meer in of u komt tot niets of u bent juist overactief, of u
valt ten prooi aan allerlei dwanghandelingen). De gedragingen hebben vaak tot
doel bepaalde situaties uit de weg te gaan (b.v. niet naar verjaardagen gaan,
om te voorkomen gek gevonden te worden). Die gedragingen noemen we vermijdingsgedragingen. Het kan ook zijn dat u vooral last heeft van veiligheidsgedrag: u vermijdt de situatie niet (verjaardagen)
maar u zorgt er voor dat u niet echt contact met iemand hebt (u kijkt iemand
niet aan als u een praatje maakt). Het is ook goed mogelijk dat uw gedrag
min of meer onbedwingbaar is: opeens wordt u woedend en voor u het weet bent
u aan het schelden en tieren. Het gedrag heeft niet de betekenis van vermijdings of veiligheidsgedrag maar is haast een reflex
behorend bij een bepaalde emotie. Het kan behulpzaam zijn om eens
na te gaan hoe dit nu precies bij u in elkaar steekt en dat zo nauwkeurig
mogelijk in kaart te brengen en op te schrijven. Wanneer u dat zelf doet
sparen we een hoop tijd uit. Het kan natuurlijk zo zijn dat u een aantal
zaken (nog) niet weet. Dan laat u het rusten. Daarnaast kunt u
ook nadenken over wat u met de therapie zou willen bereiken; wat er minder
zou moeten worden, wat meer zou moeten worden. Ook daarin kunt u het
onderscheid maken tussen emoties en gedrag. Een therapiedoel op het gebied
van emoties zou kunnen zijn minder somber (meer vrolijk) of minder angstig.
Een therapiedoel op het gebied van gedrag zou kunnen zijn socialer, assertiever of actiever. Denkt u vooral na over concrete
doelen. Vaag omschreven doelen (gelukkig worden of een beter leven leiden)
moeten in een therapie verduidelijkt worden. Mocht u rapportage hebben van
andere behandelingen die u heeft ondergaan, dan mag
u die op onze eerste afspraak meenemen. Dat kan behulpzaam zijn om samen na
te gaan welke onderdelen van die behandeling u wel geholpen hebben en welke
niet. Mocht u naar aanleiding van
deze folder vragen hebben, dan kunt u mij mailen. info@steven-meijer.nl
Steven Meijer April 2008 |
|
|
|
|
|
|
|