|
SUPERVISIE IN HET KADER VAN DE
VGCT ALGEMEEN ‘In de supervisie leert de
aspirant-gedragstherapeut in volle omvang het gedragstherapeutische proces
toepassen in door hem/haarzelf uitgevoerde gedragstherapeutische behandelingen.
Aan het eind van de supervisieperiode wordt de supervisant
in staat geacht om zelfstandig gedragstherapieën op verantwoorde wijze te
kunnen uitvoeren’ (VGCT Handboek, 2005). SPECIFIEK *De supervisie in het kader
van de VGCT besteedt aandacht aan het leren van behandelingen volgens cognitief-gedragstherapeutische werkwijze. Deze
supervisie is monomethodisch en alleen evidence based
behandeltechnieken zullen aan de orde komen. Ook proces aspecten van de
therapie kunnen aan bod komen, alsmede eigen valkuilen en (disfunctionele)
opvattingen over behandeling. *De supervisant
is vrij iedere casus in te brengen, maar het verdient de voorkeur casus te
bespreken waarvan het voor de hand ligt deze met CGT te behandelen, zoals de
meeste as 1 stoornissen. *In de eerste fase van de
supervisie worden de doelen van de supervisant
besproken. Hierin staan de wensen van de supervisant
centraal en de eisen van de VGCT. De doelen worden concreet geformuleerd en
vastgelegd op papier door de supervisant en na een
periode geëvalueerd. *Van iedere zitting dient de supervisant een kort verslag te maken en bij de volgende
zitting in te leveren. Tevens dient halverwege en aan het einde van de
supervisie periode een voortgangsverslag gemaakt te worden (conform richtlijnen
VGCT). *De (nieuw) ingebrachte casus
dienen in een cognitieve casusconceptualisatie
voorbereid te worden (b.v. conform Ten Broeke ea., 2008 of Korrelboom
en Ten Broeke 2004). De casusconceptualisatie
dient minimaal een beschrijving van de problematiek vanuit het cognitieve
model te bevatten en een beargumenteerd globaal behandelplan. De voorkeur
gaat uit naar conceptualisatie conform het twee componenten model of het
cognitieve model. Voorafgaande de zitting dient de supervisant
dit verslag (via de mail) naar de supervisor te hebben opgestuurd (ruim voor
de datum). *de supervisie periode
bedraagt (behalve wanneer anders afgesproken) 25 bijeenkomsten. INHOUD Technieken die o.a. aan bod kunnen
komen zijn: socratische dialoog, gedachteschema, gedragsexperimenten, exposure in vivo, interoceptieve exposure, meerdimensioneel evalueren, contracondtioneren,
herstructureren van vroege herinneringen, EMDR, schrijfopdrachten,
rollenspelen, dagboeken. De supervisant dient deze technieken in theorie te kennen
alvorens de supervisie te starten. De supervisant
dient video opnames[1]
te maken van GCT zittingen en middels deze video opnames wordt de toepassing
van de technieken in de supervisie besproken, getoetst en geëvalueerd. Tevens
kunnen supervisant en supervisor in de zitting
middels rollenspelen oefenen. Van de supervisor mag verwacht worden dat hij
gericht feedback geeft op de toepassing en daar waar gewenst demonstraties
geeft. LOCATIE Visie, praktijk voor
Cognitieve Gedragstherapie Veenweg 1 7416 BA Deventer 0570-606666 TOETSING: Om de supervisie periode met een voldoende af te ronden dient de supervisant o.a. op video (1) een gedachteschema maken
met een patiënt, (2) een gedragsexperiment voorbespreken en nabespreken en
(3) een fragment socratische dialoog, op een correcte wijze op een correcte
wijze uit te voeren conform beschreven in Ten Broeke
e.a. 2008 (of op een andere wijze zoals van te voren afgesproken). (zie
bijlage voor beoordelingsformulier) Tevens dient aan alle
bovenstaande eisen voldaan te zijn. KOSTEN 95 euro per 45 minuten.
Afspraken dienen 48 uur van te voren afgezegd worden. Bij afzeggen tussen 48
en 24 uur wordt 50% van de kosten in rekening gebracht. Wanneer binnen 24 uur
wordt afgezegd wordt het gehele bedrag in rekening gebracht. SUPERVISOR LITERATUUR (verplicht) Ten Broeke
e.a. (2008) Cognitieve therapie, de basisvaardigheden, Boom Korrelboom & Ten Broeke (2004) Geïntegreerde cognitieve gedragstherapie, Muiderberg: Coutinho Keijsers, Minnen & Hoogduin (2004) protocollaire
behandelingen in de ambulante GGZ I en II, CCD, Houten Ten Broeke,
E. e.a. (2009) Praktijkboek geïntegreerde cognitieve gedragstherapie:
protocollaire behandelingen op maat. Coutinho: Muiderberg. Bijlage: BEOORDELINGSFORMULIER VGCT
SUPERVISIE Naam supervisant: Algemene doelen voor de
supervisie (1e 25 zittingen): -verkrijgen van kennis
psychopathologie as 1 stoornis (optioneel) -het kunnen conceptualiseren van
problematiek (GCGT, casusconceptualisatie) -het kunnen terugkoppelen van
conceptualisatie aan de patient -het kunnen inzetten van
registratie opdrachten -het kunnen uitvoeren van basis-technieken (gedachtenrapport
en gedragsexperimenten) -algemene therapeutische
vaardigheden (waaronder socratische dialoog). *verkrijgen kennis van psychopathologie (optie) Bestuderen van literatuur over
psychopathologie, b.v. Francis & First, DSM-4
de bijbel van de psychiater voldoende verdient aandacht in de
navolgende supervisie(sessies) *conceptualiseren van problematiek Doel: het in staat zijn van het
gericht conceptualiseren van de problematiek van de patient
volgens een leertheoretische-cognitieve visie (GCGTl, cognitieve casusconceptualisatie) Middel: supervisant
bereid iedere casus voor door de problematiek te conceptualiseren en op
schrift aan te leren. Aan het einde van de supervisie periode zijn er
tenminste 3 casus qua conceptualisatie voldoende beoordeeld. voldoende verdient aandacht in de
navolgende supervisie(sessies) *terugkoppeling van conceptualisatie aan patient Doel: het in staat zijn de
gemaakte analyses op een adequate wijze terug te koppelen aan de patiënt,
zodat de patiënt deze begrijpt en zich er aan kan verbinden. Middel: ten minste 1
video-opname waarin de casusconceptualisatie op
maat en op een adequate wijze teruggekoppeld wordt aan de patient voldoende verdient aandacht in de
navolgende supervisie(sessies) *inzetten van registratie opdrachten Doel: het in staat zijn adequate
registratie opdrachten te geven gerelateerd aan de problematiek. De supervisant is in staat een onderscheid te maken tussen
CS, Sd, R, Sr, Cr registraties en een adequate
keuze te maken. Middel: ten minste 1 video
opname waarin op een adequate wijze en op de problematiek toegesneden een of
meerdere vormen van registratie beargumenteerd worden voorbesproken
en nabesproken. voldoende verdient aandacht in de
navolgende supervisie(sessies) *het kunnen uitvoeren van basistechnieken Doel: het adequaat kunnen
uitvoeren van basistechnieken waaronder het gedachteschema en gedragsexperimenten. Middel: ten minste 1 video
opname van een gedachteschema, waarin een relevant incident wordt uitgewerkt
en waarin de juiste stappen gevolgd worden (selectie BANG, bewijzen voor en
tegen, beoordeling bewijzen, formulering van de ENG enz){uitgebreide
beschrijving diverse stappen Ten Broeke e.a. 2008:
socratische dialoog en gedachteschema}. Ten minste 1 video opname van
een adequaat gedragsexperiment, gerelateerd aan de klachten waarin de juiste
stappen worden gevolgd (conform Ten Broeke e.a.
2008: gedragsexperimenten). voldoende verdient aandacht in de
navolgende supervisie(sessies) *Algemene therapeutische vaardigheden Doel: beheersen van algemene
therapeutische vaardigheden, die noodzakelijk zijn voor het adequaat
conceptualiseren van de klachten, het bespreken van de taxatie, het
structureren van de therapie, het vergroten van commitment,
Middel: diverse video fragmenten
waarin de algemene therapeutische vaardigheden adequaat blijken voldoende verdient aandacht in de
navolgende supervisie(sessies) November 2011 |
|
|
|
|
|
|
|
[1] video opnames verhogen het rendement van supervisie in grote mate en daarom is het verplicht om in deze supervisie opnames mee te brengen